Een succesvolle reanimatie stopt niet op het moment dat de ambulance arriveert. Juist de overdracht van informatie bepaalt hoe snel en effectief de ambulancebemanning de behandeling kan voortzetten. Welke handelingen zijn al uitgevoerd? Wanneer is de reanimatie gestart? Heeft de AED een schok toegediend? In de hectiek van een noodsituatie raken deze belangrijke details gemakkelijk verloren. Daarom is een goede overdracht net zo belangrijk als de reanimatie zelf. In dit artikel lees je welke informatie ambulancepersoneel direct nodig heeft, hoe je met de SBAR-methode gestructureerd communiceert en hoe je dit als vast onderdeel van je BHV- en reanimatietraining oefent.
Wat de ambulance van jou verwacht bij aankomst
De ambulance rijdt voor. De sirene valt weg, deuren slaan open. Jij zit nog in de cadans: drukken, beademen, AED plakken. Een collega ligt op de grond en iedereen kijkt naar jou. Dan knielt de ambulancier naast je en neemt het over. Maar voordat hij iets kan doen, heeft hij één ding nodig: jouw informatie. Niet straks, direct.
Waarom de overdracht bepaalt wat er daarna gebeurt
De ambulancier kent jou niet. En hij kent de patiënt niet. Alles wat hij op dat moment weet, komt uit jouw mond. Als jij moet zoeken naar woorden of feiten, kost dat tijd. En tijd is in een reanimatie geen detail, maar het verschil tussen doorpakken en achter de feiten aanlopen.
Zorg daarom dat je meteen helder kunt zeggen wanneer je begonnen bent met reanimatie, wat je aantrof, of er een AED is gebruikt en wat die aangaf, en of er bijzonderheden zijn (bijvoorbeeld verslikken, trauma, bekende aandoeningen, medicatie). Dit is communicatie en overdracht aan de ambulance zoals het bedoeld is: kort, feitelijk, bruikbaar. Een rommelige overdracht betekent een trage behandeling. Een strakke overdracht houdt de keten in beweging.
De SBAR-methode: zo structureer je de overdracht
Bij communicatie en overdracht aan de ambulance wil je geen losse flarden informatie. SBAR helpt je om in seconden compleet en rustig te blijven, ook tijdens bedrijfshulpverlening en reanimatie op de werkvloer. Denk in vier blokken: Situatie, Achtergrond, Beoordeling, Aanbeveling. Zo krijgt de ambulance direct een beeld, terwijl jij de reanimatie niet onderbreekt.
Situatie en achtergrond: de eerste 10 seconden tellen
Start met wat nu speelt en wat de context is. Een voorbeeld zoals je het letterlijk kunt zeggen: “Slachtoffer is ingestort om 10:42 op afdeling logistiek, reanimatie loopt, AED is aangesloten.” Voeg daarna de achtergrond toe die relevant is voor de behandeling: wie is het (naam of omschrijving, leeftijd), wat zag je vooraf, en of er iets bekend is over aandoeningen of medicatie (bijvoorbeeld hartproblemen, bloedverdunners, diabetes). Dit is ook het moment om te melden of het om een medewerker, bezoeker of klant gaat, zodat identificatie en nazorg later soepel lopen.
Beoordeling en aanbeveling: wat heb jij al gedaan
Vertel wat je hebt vastgesteld en uitgevoerd, zodat de ambulance kan aansluiten zonder dubbel werk. Gebruik actieve werkwoorden:
- Noem het tijdstip van instorting en wanneer je bent gestart met borstcompressies.
- Geef de AED-status door: aangesloten, analyse gedaan, wel of geen schok, aantal schokken.
- Meld of er tekenen van ROSC zijn (ademhaling, bewegen) en wat je daarna hebt gedaan.
- Geef aan wat je nu nodig hebt: snelle overname, extra handen, doorgang door gebouw, opvang bij ingang.
Dit soort structuur train je in onze BLS-cursus en tijdens de praktijk van een AED-training, zodat je op het beslissende moment geen tijd verliest.

Welke gegevens noteer je tijdens de reanimatie
Tijden, AED-schokken en reacties: wat je bijhoudt
In de paniek van het moment vergeet bijna iedereen op de klok te kijken. Toch staat of valt communicatie en overdracht aan de ambulance met harde feiten: wat is er precies gebeurd en wanneer? Spreek daarom direct af wie reanimeert en wie noteert. Wijs één collega aan als tijdwaarnemer en laat die persoon hardop terugkoppelen (closed-loop): “Ik noteer tijden en schokken.”
Wat je tijdens de reanimatie bijhoudt, hoeft niet mooi te zijn. Het moet kloppen. Denk aan: tijdstip van instorting (of gevonden), start reanimatie, moment 112 gebeld, start AED en wanneer de eerste analyse plaatsvond. Noteer elke AED-schok met tijd en of er direct daarna door gereanimeerd is. Leg ook vast wanneer er gewisseld is van compressor (ongeveer elke 2 minuten) en of er beademing is gegeven.
Let daarnaast op reacties van het slachtoffer: tekenen van ROSC zoals hoesten, beweging, normale ademhaling of plots bewustzijn. Ook bijzonderheden tellen mee: pijn op de borst vooraf, epileptische trekjes, water/elektra, of medicatie die je aantreft. Dit zijn precies de details die je in bedrijfshulpverlening reanimatie nodig hebt om de juiste informatie over te dragen.
Wil je dit als team strak oefenen, dan is een reanimatiecursus op locatie effectief. Bekijk ook het overzicht van reanimatiecursussen van RC Oirschot.
Reanimatie op het werk: waarom de Arbowet hier iets over zegt
Wat de Arbowet van werkgevers vraagt rond BHV en reanimatie
Bij een circulatiestilstand op de werkvloer telt elke minuut. Daarom raakt arbowet reanimatie direct aan waarom reanimatie op het werk geen “extraatje” is, maar onderdeel van zorgplicht. In de Arbowet (artikel 15) staat dat werkgevers bedrijfshulpverlening moeten organiseren. Concreet: er moeten aantoonbaar voldoende BHV’ers beschikbaar zijn, afgestemd op bedrijfsgrootte, werktijden en de risico’s van het werk. Daarbij horen ook vaardigheden voor levensreddend handelen, zoals reanimatie en het inzetten van een AED.
Maar let op: “BHV geregeld hebben” is niet hetzelfde als goed presteren op het kritieke moment. Een BHV’er kan wettelijk inzetbaar zijn en tóch tekortschieten als hij niet strak kan communiceren en niet helder kan overdragen aan de ambulance. De wet regelt de verplichting; de training regelt de kwaliteit.
Met een gerichte BLS-cursus voor volwassenen vergroot je die kwaliteit merkbaar. Bij RC Oirschot trainen we realistisch, zodat jouw BHV’ers niet alleen handelen, maar ook professioneel blijven aansturen en overdragen.
Closed-loop communicatie: zo voorkom je chaos op de werkvloer
Eén persoon spreekt, de rest bevestigt
Bij een reanimatie op het werk hoor je vaak hetzelfde probleem: niet één, maar drie collega’s praten tegelijk. Iemand roept dat de AED eraan komt, een ander vertelt de ambulancier wat er is gebeurd, en een derde vraagt waar de ingang is. Gevolg: de boodschap komt niet aan en taken worden dubbel gedaan of juist vergeten. Closed-loop communicatie maakt dit strak en werkbaar.
Zo pak je het aan binnen bedrijfshulpverlening reanimatie, tot en met de communicatie en overdracht aan ambulance:
- Wijs één contactpersoon aan die spreekt namens het team en de ambulancedienst opvangt.
- Geef opdrachten kort en concreet en laat ze hardop herhalen: “Jij haalt de AED.” “Begrepen, ik haal de AED.”
- Houd de lijn vrij: omstanders blijven stil, achtergrondlawaai weg, informatie in één stroom.
Dit trainen we ook praktisch in onze reanimatiecursus op locatie, zodat je team direct dezelfde taal spreekt. Bekijk alle opties via onze cursussen.
Zo oefen je overdracht als vast onderdeel van je BHV-training
Waarom overdracht oefenen minstens zo belangrijk is als reanimeren
Goede communicatie en overdracht aan de ambulance is geen bijzaak. Het is de brug tussen wat jouw BHV-team doet en wat de ambulancezorg daarna overneemt. In veel BHV-simulaties stopt het scenario zodra “de ambulance binnenkomt”. In de praktijk begint dan juist het risico op ruis: wie vertelt wat er is gebeurd, welke stappen zijn gezet, hoe lang er is gereanimeerd, en wat de AED heeft geadviseerd?
Het verschil tussen weten hoe het moet en het kunnen onder druk zit in routine. Daarom trainen wij bij RC Oirschot de volledige keten: herkennen, alarmeren, reanimatie, AED-inzet én een strakke overdracht. Dat maakt bedrijfshulpverlening reanimatie aantoonbaar sterker, ook voor wie zich afvraagt waarom reanimatie op het werk zo’n vaste plek verdient.
Wil je dit borgen in je organisatie? Start met onze BLS-cursus en laat het realistisch oefenen in jullie eigen omgeving via incompany reanimatietraining op locatie, zodat jouw team de overdracht beheerst wanneer elke seconde telt.

